• Gepubliceerd door
  • Vrouw tot Vrouw
  • Gepubliceerd op
  • 14 mei 2024

Oppasoma van de gemeente: ‘Mooi om op deze manier dienstbaar te zijn’

Tekst: Hanna Jongejan, redactielid online toerusting

Dienen in Gods Koninkrijk – vrouwen in de gemeente

Het is woensdagochtend. De deuren van het verenigingsgebouw van de hervormde kerk in Waarder staan open. De Bijbels liggen klaar, naast de mokken thee en etagères vol zoete lekkernijen. Eens in de maand komen vrouwen bijeen voor een Bijbelstudie. Voor de moeders is oppas regelen niet nodig, want de kinderen zijn tijdens deze ochtend onder de hoede van Janneke van der Ziel.

Hoe zou u de kerkelijke gemeente waarvan u lid bent omschrijven?
‘Ruim zes jaar geleden werden we open ontvangen in de gemeente, die zo’n vierhonderd mensen telt. Mijn man werd tijdelijk consulent toen de dienstdoende predikant een beroep aannam. Waar ik eerst Janneke werd genoemd, werd ik toen weer aangesproken als ‘mevrouw Van der Ziel’. Ik vind het belangrijk om gewoon gemeentelid te zijn, om deel te nemen aan verenigingen en dergelijke. Daarnaast ben ik lid van het bestuur van de ouderenmiddagen. Tijdens deze bijeenkomsten is er tijd voor bezinning en ontspanning; er is bijvoorbeeld een lezing over de natuur of het hospice. Verder maak ik deel uit van een thuisfrontcommissie.’

Wat betekent gemeente-zijn volgens u?
‘Omzien naar elkaar. In de Bijbel worden we opgeroepen om onze naaste lief te hebben; dat geldt zeker voor de mensen in de gemeente die je gegeven zijn. Dat kan zich bijvoorbeeld uiten in een kaartje wanneer iemand ziek is. Hierbij mag je gebruikmaken van de gaven die je gekregen hebt. De één gaat de ramen zemen bij een gemeentelid dat hulp kan gebruiken, een ander gaat een uur aan het bed zitten bij een ziek gemeentelid. Iets wat je niet ligt, moet je ook niet doen. Probeer dicht bij jezelf te blijven en uit te delen van wat je ontvangen hebt.’

Tijdens de Bijbelstudie-ochtenden past u op de kleine kinderen van de gemeente. Hoe is dit zo begonnen?
‘Iemand vertelde mij: ‘We zijn op zoek naar een ‘oppasoma’, zodat de jonge vrouwen ook naar de Bijbelstudie kunnen komen.’ Dit sprak mij direct aan; ik ben dol op kleine kinderen. Tegelijkertijd vind ik het mooi om op deze manier dienstbaar te zijn. De eerste twee jaar deed ik het alleen, toen kwamen er zo’n drie tot vier kinderen per keer. Nu zijn het dubbel zoveel kinderen, dus word ik versterkt door een ander gemeentelid. De moeders zetten het tasje van hun kind neer, het ene kind doet zijn schoenen uit en het andere kind laat ze aan. Ik neem ook altijd wat lekkers mee. Dat weten ze maar al te goed! Pas kwam er een jongetje van de gemeente op het kerkplein uit de auto. Toen hij me zag, riep hij: ‘Hey oma!’ Ik ben pas geopereerd aan mijn schouder en wat denk je? Daar stond hij ineens aan de deur met een bos bloemen! Voor de kinderen ben je gelijk ‘oma’.’

Soms kan het een uitdaging zijn om werk, gezin en kerk te combineren. Wat wilt u meegeven aan andere vrouwen over dienen in de gemeente?
‘Dat vrouwen druk zijn, kan ik me goed voorstellen. Tegelijkertijd geeft het zoveel vreugde om naar de ander om te zien! Hoe je daar invulling aan geeft, is per gemeente heel verschillend. Probeer vriendelijk en open te zijn naar de mensen die op je pad komen. Misschien kun je hulp bieden aan mensen die zorgen hebben, op welk vlak dan ook. Of je merkt bijvoorbeeld dat je geloof lauw is. Vertel het aan de ander, in een sfeer van wederzijds vertrouwen. Delen is helen, daar ben ik vast van overtuigd.’