Geleefd in geloof, hoop en liefde
Tekst: Dianne Bredenhoff – redacteur Vrouw tot Vrouw online
De tafel waar ik mijn koffiekopje op neerzet, ligt bezaaid met stofjes, garen, wol, naaiattributen, haaknaalden, knopen en allerlei andere handwerkspullen. Mijn jongste dochter van 4 staat naast me met een enorme (stop)naald die ze door het oog van een klein kraaltje wil krijgen. Mijn 6-jarige dochter probeert stofjes te knippen met een kinderschaar. Voor de ingang van het lokaal staan een paar bakken met dameskleding. We zitten in een klaslokaal in het Veluwse Wapenveld, waar we met een bont gezelschap samen zijn gekomen.
Toch hebben de aanwezigen en al deze attributen alles met elkaar te maken. De aanwezige vrouwen zijn mijn dochters, schoonzus, moeder, tantes en nichtjes. En al deze vrouwen zijn familie van Teunie Veldhuizen, mijn oma. De spullen die in dit lokaal te vinden zijn, zijn afkomstig uit de hobbykamer van oma. Haar leven lang heeft zij hobby’s uitgeoefend, gehandwerkt en handwerkattributen verzameld. Maar dat niet alleen. 86 jaar lang heeft zij haar medemensen liefgehad en haar naasten gediend. Oma is in januari 2025 overleden en haar dochters hebben deze ‘knutseldag’ georganiseerd.
Liefdevolle herinneringen
De vrouwen die vandaag op deze knutseldag aanwezig zijn, hebben allemaal liefdevolle herinneringen aan hun (schoon)moeder of oma. Mijn nichtje spreekt van ‘mijn knutseloma’, mijn moeder herinnert zich haar als ‘liefdevolle moeder’ en zelf zou ik oma typeren als ‘de dankbaarste vrouw die ik heb gekend’. Boven alle typeringen uit, staat de typering dat Teunie Veldhuizen een rotsvast geloof had en daarmee een voorbeeld voor velen was.
‘Knutseloma, liefdevolle moeder en de dankbaarste vrouw die ik ooit gekend heb.’
Oma heeft altijd geweten wat ‘zorgen voor’ en ‘dienen’ betekent. In 1938 werd zij geboren, als eerste kind in het gezin Van Rossum. In de jaren die volgden, kreeg oma negen broertjes en zusjes, waaronder één broertje met een beperking. Oma deed veel in huis en hielp waar ze kon. Al jong kreeg ze verkering met Henk Veldhuizen. Hij vroeg haar: ‘Weet je dit wel zeker? Ik wil theologie studeren en het zal jaren duren voordat we kunnen trouwen.’ Maar oma was ervan overtuigd dat haar toekomst samen met Henk zou zijn. In 1962 trouwden mijn opa en oma en kregen zij de mogelijkheid in Silvosa te gaan wonen, het conferentiecentrum van de HGJB in Bilthoven. Dat klinkt als schitterende huisvesting voor het jonge stel, maar in werkelijkheid betekende het vooral keihard werken. Waar opa in de avonduren zijn gymnasium en vervolgens opleiding theologie volgde, werkte oma in Silvosa. In Silvosa werden kampen georganiseerd voor groepen jeugd en zo kwam het dat oma regelmatig voor veertig man stond te koken. Oma sprak hier op latere leeftijd altijd over alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Als er mensen komen, dan zorg je voor eten, toch?

Teunie met een van haar broertjes.
Deur altijd open
Opa en oma kregen vier kinderen en in 1968 werd opa beroepbaar gesteld binnen de Hervormde Kerk. Slechts twee maanden na de geboorte van hun derde kindje, mijn moeder, werd opa bevestigd als predikant in Lopik. Na de gemeente van Lopik, volgden de gemeenten Wapenveld, Alblasserdam, Hillegersberg, Zoetermeer en Huizen. Oma ontwikkelde zich als ‘ware predikantsvrouw’. Naast het (vele!) vrijwilligerswerk dat zij deed binnen de gemeenten, stelde zij de pastorie open voor wie er ook maar een luisterend oor nodig had. Daarnaast nam het gezin regelmatig een tijdelijke logé op. Of dat nu was omdat het thuis even niet meer ging, of omdat iemand ‘gewoon’ even om woonruimte verlegen zat; bij Henk en Teunie Veldhuizen stond de deur altijd open.
Dienen
Na opa’s emeritaat in 2001 verhuisden opa en oma samen naar Wapenveld, waar ik inmiddels (samen met mijn ouders en broers) ook woonde. Opa bleef nog een tijdlang pastorale bijstand in Ermelo verlenen en oma zette zich opnieuw in als vrijwilliger. Vrijwilliger bij de plaatselijke boekhandel. Vrijwilliger bij kerkelijke activiteiten. Vrijwilliger bij het plaatselijke azc. Oma’s werk was nooit klaar. Er was altijd nog wel iemand die hulp nodig had, altijd nog wel iemand aan wie een luisterend oor geboden kon worden. Als kleindochter was ik niet anders van oma gewend. Pas nu ik zelf volwassen ben, zie ik in dat haar hele leven altijd in het teken heeft gestaan van dienen. Niet omdat dat moest, maar omdat ze dat zelf zo wilde.

Ook tijdens familiedagen gaat het er regelmatig creatief aan toe! Hier is Teunie aan het handwerken tijdens een van de jaarlijkse familiedagen.
Geen klagen
In 2015 brak oma haar schouder, waarvan ze blijvend letsel ondervond. Sinds die tijd kon zij haar arm niet meer volledig strekken of omhoog krijgen. Oma’s reactie hierop? ‘Ach, ik heb 77 jaar mijn beide armen kunnen gebruiken, ik heb geen klagen.’ Door haar val kon ze ook niet meer autorijden of fietsen. Maar haar reactie op deze beperkingen bleef altijd: ‘Ik heb dit zoveel jaar wél kunnen doen!’ Nooit kwam er een klacht over haar lippen. Zelfs niet toen ze haar achterkleinkinderen niet goed vast kon houden, omdat ze niet voldoende kracht in haar armen had.
WhatsApp
Volg Vrouw tot Vrouw nu ook via WhatsApp! Klik daarvoor op deze link.
Ouder worden
In 2020 stond ik voor de klas in Wierden en werkten we over het thema ‘Jong en Oud’. Ik liet mijn groep 6/7 interviewvragen bedenken voor ‘bejaarden’. Vanwege het coronavirus konden we helaas niet naar een verzorgingshuis gaan om de vragen te stellen. Daarom besloot ik oma te bellen. Herstel: te videobellen, want dat deed oma – met haar 81 jaar – gewoon. De kinderen kregen de opdracht om oma’s antwoorden samen te vatten, zodat we een artikel konden schrijven over hoe zij het ouder worden beleefde. Een van de tweetallen had als vraag bedacht: ‘Wat vindt u het moeilijkste aan ouder worden?’ Na het telefoongesprek ging ik bij hun tafel langs, omdat het erop leek dat ze niet verder kwamen met hun samenvatting. Toen ik hun vroeg waarom het niet lukte, kreeg ik als antwoord: ‘Nou, juf, het lukt gewoon niet … omdat ze geen antwoord heeft gegeven! We hebben de vraag twee keer gesteld, maar eigenlijk heeft ze alleen maar verteld wat er juist móói is aan ouder worden!’ Ik lachte, want dit was precies hoe oma was. Bij oma was het glas altijd halfvol, zelfs toen ze ouder werd en er steeds meer ouderdomskwaaltjes om de hoek kwamen kijken.

Teunie aan het handwerken met een van haar kleindochters.
Ernstig ziek
Begin december 2024 bleek oma ziek te zijn. Ernstig ziek. Al bij het eerste gesprek met de arts bleek dat zij niet beter zou worden. Er werd acute leukemie vastgesteld en de arts kon haar niet vertellen hoelang ze nog te leven zou hebben. De dag nadat wij dit bericht hadden ontvangen, hebben we oma gebeld. Er volgde een open gesprek waarin we oma vroegen hoe ze dit zelf vond. Oma was verdrietig, maar nuchter en nog steeds dankbaar. En tegelijk heel realistisch, want ze zei: ‘De arts wilde het niet zeggen, maar ik heb zelf even op internet gekeken en ik ga uit van een maand of drie, meer zal het niet zijn.’
Muts breien
Oma ontving tijdens de laatste weken van haar leven haar kinderen en kleinkinderen. Ze sprak dan: ‘Het is zo gek! Ik ben ziek, héél ziek, maar ik voel me helemaal niet ziek!’ Ze oogde ook niet ziek. Kwiek als altijd deed ze haar verhaal. Toch wist ze heel goed wat er gaande was en realiseerde ze zich dat haar leven hier op aarde niet lang meer zou duren. Een paar weken na de diagnose ging oma ineens snel achteruit. Mijn man en ik kregen de kans om een afscheidsbezoek te plannen. Inmiddels was oma verzwakt, maar toch zat ze nog altijd op haar vaste plekje: in een lekkere stoel naast het raam, met een handwerkje naast zich. Ze had wol gekocht, want ze wilde een muts voor zichzelf breien, zodat ze misschien nog buiten kon zitten als het iets mooier weer werd. De muts is nooit afgekomen.
Eeuwige toekomst
Oma was niet bang om te sterven en in haar ziek-zijn heeft ze veel getuigd van de hoop die in haar was. Ze was klaar om te sterven, omdat ze wist dat ze naar haar Heiland zou gaan. Reikhalzend keek ze uit naar de eeuwige toekomst bij Hem. Op 30 januari 2025 overleed oma, in aanwezigheid van haar man, kinderen en schoonkinderen, tijdens het zingen van Psalm 4: ‘Ik kan gaan slapen zonder zorgen, want slapend kom ik bij U thuis.’
‘Ik kan gaan slapen zonder zorgen,
want slapend kom ik bij U thuis.
Alleen bij U ben ik geborgen.
Gij doet mij rusten tot de morgen
en wonen in een veilig huis.’
Kleding en sieraden
In de weken die volgden, zochten mijn moeder en tante de (vele!) kleding en sieraden van oma uit. De sieraden werden verdeeld onder (schoon)dochters en (achter)kleindochters, tijdens een familiedag. Mijn dochters dragen nu, vol trots!, mijn oma’s kettingen. De kleding werd uitgedeeld aan wie dat maar wilde of naar de kringloopwinkel gebracht. Kledingstukken die niet meer te dragen waren, werden bewaard voor deze knutseldag.

Herinneringshoekje van Teunie bij haar dochter Mieke in huis. Teunies Bijbel, haar foto en een bloem die zij zelf geboetseerd heeft. De herinneringsbeer maakte Mieke van de kleding van haar moeder.
Vandaag wordt oma’s kleding verknipt en verscheurd, maar vooral vermáákt. De een naait een tas van een jurk, de ander een slinger van een oude sjaal. Er worden kussens en knuffels genaaid en kransen en slingers geknoopt. We kijken dankbaar terug op deze dag. ‘Beladen, emotioneel, omdat je met mama’s kleding aan de slag bent. Maar ook gezellig en mooi én we weten dat mama dit zelf ook zo mooi had gevonden!’ ‘Oma leerde ons dat je overal wat van kan maken. Van restjes stof, van overgebleven knopen, van restanten wol … En dus ook van oma’s eigen kleding!’
Aan het einde van de dag keren we allemaal huiswaarts met een hart vol mentale herinneringen en een kofferbak vol tastbare herinneringen aan onze (schoon)moeder en oma.