- Gepubliceerd door
- Vrouw tot Vrouw
- Gepubliceerd op
- 30 september 2026
- Categorieën
- Artikelen
- Link in bio
- Tags
- gebrokenheid
- gezin
- opvoeding
REGENBOOGMOEDER – Hoe het steeds ingewikkelder werd (deel 2)
De naam van de auteur is bekend bij de redactie Online toerusting.
Leven met een geheim is verstikkend, dat houdt een mens niet vol. Op een gegeven moment kwam onze zoon voor zijn vrienden ‘uit de kast’, zoals ze dat noemen. Die reageerden positief, voor hen veranderde er niets. Blijkbaar was de moeite met homoseksualiteit ook een ‘generatieding’. Wij als ouders vertelden het eveneens aan onze meest nabije vrienden. Zij reageerden vooral liefdevol en meelevend. Onze zoon koos er bewust voor om het nog niet aan de familie te vertellen. Dat respecteerden we, ergens voelde dat veilig, maar het zorgde ook voor ongemakkelijke situaties. Opmerkingen als: ‘Heeft hij nog geen vriendin?’ lachten we maar een beetje weg, maar o, wat deed het pijn.
Ondertussen verdiepten we ons verder in het onderwerp. Ik las boeken van ervaringsdeskundigen waarin ze vertelden over hun coming-out, hun worstelingen, hun strijd, hun wanhopige pogingen om hetero te worden, hun gevoelens van eenzaamheid. Ik herkende er dingen in, maar het beangstigde me ook. Wat stond ons kind allemaal nog te wachten? Ik las eveneens boeken waarin studie werd gedaan naar dé Bijbelteksten over dit onderwerp. Dat leverde vooral veel vragen op, zoals: Is de wet die gegeven wordt in Leviticus 18:22 een ‘morele’ regel of een ‘culturele’? En als je kiest voor het eerste, hoe zit het dan met die andere wetten in dit Bijbelboek? Waarom houden we ons hier niet meer aan? Ging het bij de zonde van Sodom werkelijk om homoseksualiteit of toch om gastvrijheid? En in welke context staat Romeinen 1:27? Wat moeten we met een tekst als ‘Het is niet goed dat de mens alleen is?’

Het schiep verwarring, een eenvoudig antwoord was niet zomaar te geven. Zijn homo- en christen-zijn eigenlijk wel met elkaar te verenigen? vroeg ik me af. En zo ja, hoe dan? ‘Laat hem alstublieft niet verliefd worden’, bad ik, en tegelijk voelde dit gebed ook weer niet goed. Wilde ik dan dat mijn kind levenslang alleen bleef, strijdend tegen de liefde? Wilde God dat echt? En zo ja, zou onze zoon hiervoor kiezen? Kon hij zo’n leven wel aan? Deze vragen zorgden voor enorme worstelingen. Soms voelde ik me als Jakob bij de Jabbok. Ik las nog meer boeken, ik moest en zou weten hoe het zat. Soms liet ik een boek aan onze zoon zien, met de aansporing om het eveneens te lezen, maar steevast klonk het antwoord: ‘Mam, denk je echt dat ik dat nog niet gelezen heb?’ Wij bleven als ouders in deze tocht steeds een aantal stappen achterlopen, dat was wel duidelijk.
'Ons kind was Gods kind, kind van Zijn verbond en ook in dat opzicht een regenboogkind.'
Onze zoon rondde de middelbare school af en ging studeren. Hij deed belijdenis van zijn geloof, waar we diep dankbaar voor waren. Ons kind was Gods kind, kind van Zijn verbond en ook in dat opzicht een regenboogkind. Toch duurde het niet lang voordat die zekerheid op losse schroeven kwam te staan … Op een avond werd er een envelop onder onze slaapkamerdeur door geschoven. Ik herkende meteen het handschrift van onze zoon. Dit moest iets bijzonders zijn, en dat was het. In de brief vertelde hij ons als ouders hoeveel hij van ons hield en hoe goed zijn leven was, maar ook wat hem het gelukkigste maakte, oftewel wie: hij had een vriend. Ik was blij voor hem, je gunt je kind tenslotte alle geluk van de wereld, maar … Nu wordt het pas echt ingewikkeld, wist ik.
De vriend kenden we, een fijne knul die een paar keer ‘als gewone vriend’ met ons mee op vakantie was geweest. Ze waren al verliefd geworden op de (reformatorische) middelbare school. Ook zijn ouders kenden we inmiddels. We konden het goed met hen vinden, maar hoe zouden zij op dit nieuws reageren? Als moeders zochten we elkaar al snel op, vielen elkaar in de armen, lachten, huilden en baden samen voor onze kinderen. ‘De jongens zijn hier altijd welkom’, was hun eerste reactie. ‘Het zijn onze kinderen en we houden van hen.’ Ze vertelden ook dat ze in hun kennissenkring meerdere gevallen van suïcide hadden meegemaakt om deze reden en wilden hier op geen enkele manier verantwoordelijk voor zijn. Toch realiseerden ook zij zich maar al te goed dat er nog een hele weg voor hen lag. We spraken af dat we elkaars afslagen op die weg zouden respecteren. Opgelucht en dankbaar ging ik terug naar huis. Na deze ontmoeting volgden er nog veel meer, er is een diepe band ontstaan.
WhatsApp
Volg Vrouw tot Vrouw nu ook via WhatsApp! Klik daarvoor op deze link.
Onze zoon vertelde later dat de bekendmaking van de relatie voor hem voelde als een tweede coming-out, een behoorlijke drempel. En hoewel we als ouders wisten dat het ingewikkeld zou worden, waren we blij dat we opnieuw in vertrouwen werden genomen. Ik was ook blij wanneer ik onze zoon zag stralen van geluk, en tegelijkertijd vroeg ik me af of ik hier wel blij om mocht zijn. Het voelde behoorlijk dubbel. Nooit geweten dat liefde zo gecompliceerd kon zijn.
Het was niet alleen ingewikkeld, het was ook eenzaam. Normaal gesproken kondig je met blijdschap aan dat je kind de liefde van zijn leven gevonden heeft, maar wij hielden ons angstvallig stil. Wanneer de jongens in het weekend bij ons waren, gingen ze mee naar de kerk. Dat vond ik fijn, maar het zorgde ook voor de nodige spanning. Hoe keken de mensen naar hen, wat zouden ze allemaal denken? Nee, ze liepen als stel niet hand in hand, maar toch … Ik dacht aan wat ik gelezen had over de persoonlijke ervaringen van lhbt’ers met hun kerk, de paniek kwam terug. ’s Nachts droomde ik dat ons kind voor in de kerk stond en dat iedereen opstond en hem publiekelijk weghoonde. Op zo’n ochtend werd ik diep verdrietig wakker. De omgeving wist het inmiddels, dat voelde ik, maar zweeg, en ik wist niet meer of ik dat nu fijn vond of niet. We hebben veel gehad aan onze wijkpredikant van destijds. Hij kwam vrij snel na de ‘tweede coming-out’ op bezoek, maar niet met pasklare antwoorden, zoals hij aangaf, en eerlijk gezegd was dat op dat moment ook niet waar we behoefte aan hadden. Hij luisterde, bad met ons en ging later mee naar een studiedag over dit onderwerp. Heel fijn.
Ook onze zoon vervolgde zijn reis. Hij ging op kamers, genoot van zijn studie. Het grote loslaten was begonnen en dat is voor iedere ouder spannend. Af en toe stelde ik de vraag: ‘Hoe is het lijntje met Boven?’, waarop hij dan een positief antwoord gaf. Als dat lijntje er was, dan kwam het met de rest ook wel goed, dacht ik. God laat nooit los wat Zijn hand begon. Maar ik wist ook dat dat niet betekende dat het pad dat nog voor ons lag zonder hobbels zou zijn …