- Gepubliceerd door
- Vrouw tot Vrouw
- Gepubliceerd op
- 22 september 2026
- Categorieën
- Artikelen
- Link in bio
- Tags
- gebrokenheid
- gezin
- opvoeding
REGENBOOGMOEDER – Pap, mam, ik ben … (deel 1)
De naam van de auteur is bekend bij de redactie Online Toerusting.
Het gebeurde ruim tien jaar geleden, maar het moment staat me nog glashelder voor ogen. Mijn man en ik zaten beneden op de bank, toen opeens een van onze zonen naar beneden kwam. ‘Pap, mam, ik ben homo.’ Het hoge woord was eruit. Wat doe je dan als ouder? Je slaat je armen om je zoon heen en zegt wat je hart je op dat moment ingeeft: ‘Het is oké jongen, je bent ons kind.’
Die nacht probeerde ik mezelf in slaap te sussen. ‘Hij is jong, vijftien, het kan nog alle kanten op’, sprak ik mezelf toe. In mijn hoofd was het dus helemaal niet oké. Daar klonk de stem van de catecheet die ons als tieners waarschuwde voor de boze buitenwereld, waarin abortus, euthanasie en homoseksualiteit steeds meer geaccepteerd werden. Dingen die toen ver van mijn bed gebeurden, natuurlijk waren ze vreselijk fout. Maar nu? Nu het mijn bloedeigen kind betrof? Wat moesten we hiermee? Hoe langer ik erover nadacht, hoe complexer het werd. In gedachten schreeuwde ik het uit: ‘God, waarom? Dit … dit kan ik niet.’
‘Ik vind het zo erg mam, dat ik jullie geen kleinkinderen kan geven.’ Mijn hart brak bij dit soort opmerkingen.
De volgende morgen leek het alsof er niets was gebeurd. We stonden op, ontbeten, de kinderen gingen naar school, mijn man en ik naar ons werk. Ik zie me nog fietsen, dwars door ons Biblebelt-dorp. Ineens bekeek ik mezelf door de ogen van anderen. ‘Kijk, daar heb je die moeder van.’ Onzin natuurlijk. Niemand wist het en dat kon maar beter zo blijven. Dacht ik. De enigen met wie ik er af en toe over sprak, waren mijn man en soms onze zoon. De laatste leek niet te twijfelen aan zijn identiteit. ‘Ik vind het zo erg mam, dat ik jullie geen kleinkinderen kan geven.’ Mijn hart brak bij dit soort opmerkingen.
Het onderwerp kwam niet heel vaak ter sprake, want we wilden het niet te groot maken. Ondertussen bleef ik mezelf geruststellen. Onze zoon matchte helemaal niet met het beeld dat ik in mijn hoofd van homo’s had. Hij had geen voorkeur voor roze, gedroeg zich niet vrouwelijk, enzovoort. Oké, hij was nooit de meest stoere jongen geweest, maar dat hoefde toch ook niet? Nee, het zou vast meevallen allemaal. Tieners van die leeftijd hadden vaker een periode dat ze twijfelden aan hun identiteit, dat was heel normaal.
Toch hoorde ik op de achtergrond ook steeds dat andere stemmetje: ‘Maar stel je voor dat …’ Op zo’n moment borrelden allerlei vragen naar boven. Hadden wij als ouders iets fout gedaan? Hadden we hem ‘jongensachtiger’ moeten opvoeden? Had ik signalen gemist? Hoe eenzaam was mijn kind eigenlijk de afgelopen jaren geweest? Langzaam maar zeker drong het tot me door dat het weleens echt waar kon zijn. Als ouder kom je dan in een soort rouwproces, want je moet afscheid nemen van bepaalde verwachtingen die je had van en voor je kind. Je denkt aan zijn toekomst, die waarschijnlijk een stuk moeilijker zal zijn.

En dan de niet onbelangrijke vraag: wat zegt de Bijbel erover? Die leek niet bepaald positief. Betekende dit dat God een hekel had aan mijn kind? Maar … Hij had hem toch Zelf gemaakt? Waarom zo? Verwarring, boosheid en onbegrip wisselden elkaar af. Uiterlijk bleef ik rustig, maar in mijn hoofd stak de storm op. Ineens zag ik regenboogvlaggen hangen en kreeg daar allerlei gedachten bij. Berichten over geweld tegen lhbt’ers maakten me verdrietig en bang. Toen we een concentratiekamp bezochten en ik daar roze driehoeken in een barak zag liggen, ben ik kokhalzend naar buiten gevlucht. Ik las verhalen over lhbt’ers die uit de kerk waren gestapt of gestuurd. Een nieuwe zorg sloop mijn hart binnen. Onze zoon was altijd een gelovig kind geweest en als jongere actief in de kerkelijke gemeente, maar wat als mensen erachter kwamen? En wat als hij daardoor de kerk, of nog veel erger, God vaarwel zou zeggen? Dit laatste werd mijn diepste angst. Het gebed voor onze kinderen kreeg een extra dimensie. Tussendoor bleef ik mezelf in slaap sussen. Achteraf gezien denk ik dat dit een overlevingsstrategie was, want er gebeurden destijds nog meer ingrijpende dingen in ons leven. Het was onmogelijk om de volle werkelijkheid in één keer te kunnen dragen.
Later had ik een gesprek met onze zoon over deze periode. Hij vertelde hoe hij aan het eind van de brugklas erachter kwam dat hij ‘anders’ was. Niet dat dat feit vanaf die tijd zijn leven voor honderd procent beheerste, want ‘als tiener heb je meer dingen om je mee bezig te houden.’ Ruim twee jaar had hij het bij zich gedragen als een geheim op de achtergrond, maar wel een geheim. De worsteling die wij als ouders vanaf dat moment meemaakten, was bij hem dus al veel eerder begonnen. Ook hij wist maar al te goed dat de maatschappij, de familie en de kerk andere verwachtingen hadden. Hij praatte er niet over, want ‘op deze leeftijd praat je nu eenmaal niet graag over gevoelens, en al helemaal niet over dit soort gevoelens.’ De coming-out had hij gezien als een onvermijdelijke drempel die hij een hele tijd voor zich uit had geschoven, maar uiteindelijk dus toch genomen had.
De coming-out had hij gezien als een onvermijdelijke drempel die hij een hele tijd voor zich uit had geschoven, maar uiteindelijk dus toch genomen had.
Vanaf dat ‘grote’ moment begonnen wij als ouders aan een reis. Een reis waarbij we dus al een flinke achterstand hadden op onze zoon. Ik kwam er ook al snel achter dat de meningen van christenen over dit onderwerp nogal verdeeld waren. Volgens sommigen was alleen het homoseksueel zijn al zondig. Helemaal aan de andere kant stond een groep die de aanwezigheid van lhbt’ers juist een verrijking vond voor de kerkelijke gemeente, en dan had je nog alles ertussenin. In die discussies stond regelmatig de vraag centraal of een relatie tussen twee mensen van hetzelfde geslacht geoorloofd was of niet. Nee, zei de ene partij, het huwelijk is voor man en vrouw, daar is de Bijbel heel duidelijk over. Ja, zeiden anderen, een relatie in liefde en trouw kan. Gelukkig hebben we daar niet mee te maken, dacht ik. ‘Nog niet’, fluisterde een stemmetje, dat ik meteen het zwijgen probeerde op te leggen. Geen zorgen voor morgen, sprak ik mezelf toe. Dat voegde immers geen el aan je lengte toe? Zo zweefde ik tussen zorg en vertrouwen en dat hield ik lang vol …
WhatsApp
Volg Vrouw tot Vrouw nu ook via WhatsApp! Klik daarvoor op deze link.