• Gepubliceerd door
  • Vrouw tot Vrouw
  • Gepubliceerd op
  • 21 maart 2024

Deborah: ‘Mijn broer heeft aan mij gezeten …’

Tekst: Corine de Jong, redactielid online toerusting

Spannend is het zeker, om het gesprek aan te gaan. Maar Deborah heeft een missie. Ze wil dat er openheid komt over seksueel misbruik. Want ze weet van de enorme impact die het heeft. Haar boodschap voor mensen die misbruikt zijn: ‘Ga alsjeblieft hulp zoeken. Je leven wordt daardoor zoveel mooier dan voor die tijd.’

Deborah groeit op in een kerkelijk plaatsje in het midden van het land, samen met een oudere broer en een jonger zusje. Haar vader, met wie ze een goede band heeft, is druk met kerkenraadswerk en het bedrijf waarvan hij directeur is. Moeder tobt met haar gezondheid. ‘Ik weet niet anders dan dat ze ziek was en vaak op bed lag’, vertelt Deborah.

Het contact met haar zusje is goed, maar weinig diepgaand. Voor haar broer is ze bang. ‘Hij was van jongs af aan gewelddadig en agressief. Ik kan de keren niet tellen dat hij thuis alles kort en klein heeft geslagen. Zelfs m’n vader sloeg hij. En die deed niets terug, omdat hij heel bang was voor m’n broer. Ik ben er heel vaak bij geweest, ik werd ook van mijn werk gebeld om te komen helpen, maar ook ik kon niks, omdat ik bang was. Niemand deed iets in die tijd, ook mijn ouders zwegen, misschien uit schaamte, misschien uit onmacht? Ik weet het niet. Wel heeft het huiselijk geweld bij mij voor extra schade gezorgd en was ik altijd bang voor mijn broer.’

Zó bang

Ze is nog maar zeven jaar als het verschrikkelijke bij Deborah gebeurt. ‘Als er niemand thuis was, of moeder op bed lag, greep m’n broer z’n kans.’ Aarzelend vertelt Deborah verder. Ze wil, en kan, er niet al te veel woorden aan geven. ‘Hij heeft aan mij gezeten. Dat gebeurde zeker wel één keer per week.’ Weerstand bieden durft ze niet. ‘Ik was zó bang voor hem. Ik had gezien hoe hij m’n vader sloeg en als ik niet zou meewerken, zou hij dat bij mij ook doen. Dat zou ik niet overleven.’

Het zevenjarige meisje kan er met niemand over spreken. Met haar ouders niet, omdat ze ziet dat ze al zoveel te lijden hebben onder haar broer. Op school niet, omdat ze niemand vertrouwt. En met God niet. ‘Ik dacht dat God boos op mij was, omdat ik schuldig was aan het misbruik.’

Trouwen

De eerste aan wie ze het vertelt, is haar man, de avond voordat ze gaan trouwen. ‘Ik vond het echt heel moeilijk om het te zeggen.’ Ze doet het in één zin: ‘Mijn broer heeft aan mij gezeten. Wil je nog wel met me trouwen?’ Haar man gaat er nauwelijks op in, zegt dat het geen probleem is en dat hij natuurlijk met haar wil trouwen. Daarna spreekt Deborah er nooit meer over. Tot achttien jaar daarna …

Als een donderslag bij heldere hemel vertelt haar tienerdochter dat haar oom – een zwager van Deborah – aan haar heeft gezeten. Deborah is er totaal verslagen onder. Alles van vroeger, wat ze zo goed had weggestopt, komt naar boven. ‘Ik was er zo kapot van dat ik een week niet heb kunnen praten. M’n man maakte zich grote zorgen, want ik was meestal redelijk stabiel, maar dat was helemaal weg. Hij heeft toen de dominee gebeld en verteld wat er met onze dochter gebeurd is.’ Diezelfde dag heeft de dominee met mij contact gelegd. Ik zat huilend aan de telefoon en heb alles verteld. Hij luisterde, oordeelde niet, mijn verhaal mocht er gewoon zijn. Dat deed me zó goed. En hij gaf ook duidelijke opdrachten voor wat er op dat moment nodig was: naar de huisarts gaan, Veilig Thuis bellen, enzovoorts.’

PTSS

Deborah beseft wel dat ze de draad van haar leven niet zomaar meer kan oppakken alsof er niets gebeurd is. Ze gaat in therapie voor PTSS (posttraumatische stress-stoornis). ‘Het was zo moeilijk. Want ik ervaarde enerzijds heel veel pijn voor mijn dochter en anderzijds kwam ook steeds de pijn van mijn eigen misbruik naar boven.’ Deborah wil er voor haar dochter zijn en vindt het belangrijk dat die haar verhaal kwijt kan.

Tegelijkertijd wil ze helemáál niet weten wat er allemaal gebeurd is. ‘Het vrat echt aan me. Ik vond het fijn dat m’n dochter zich zo veilig voelde dat ze erover vertelde, maar ik kon het totaal niet aan. Ik heb er alles aan gedaan om m’n dochter veiligheid te bieden en dan gebeurt het misbruik in je eigen huis.’

Toen haar behandelaar vertrok, heeft ze alles een poosje gestopt en geprobeerd zich te richten op haar gezin.

Bijna stikken

Twee jaar later pakt ze de draad weer op en krijgt ze Petra als therapeut. ‘Dat was andere koek’, zegt Deborah met een kleine glimlach. ‘Ik moest op een gegeven moment met al m’n pijn voor de dag komen. Ik kón het gewoon niet meer wegdrukken.’ Het is een moeilijke periode voor Deborah. Regelmatig probeert ze over het misbruik te spreken met haar man of vriendin, maar ze kán het niet. ‘Ik stikte er soms bijna in’, blikt Deborah terug. ‘Brieven schrijven ging beter en dat heb ik heel veel gedaan. Maar ik had altijd de gedachte als ik de brief aan iemand gaf: als je deze brief hebt gelezen, wil je nooit meer contact met me hebben. Het voelde alsof ík vies en schuldig was. Langzamerhand heb ik geleerd dat niet ik schuldig ben, maar mijn broer. Híj is de dader.’

Traumacentrum 24/7

Hoewel de therapie best wel wat resultaten oplevert, is het niet voldoende. Door haar werk en de zorg voor haar gezin, kan Deborah zich niet focussen op haar therapie. Haar therapeut adviseert haar daarom om naar Trauma Centrum Nederland te gaan. ‘Als ik nu terugkijk, zeg ik: dat is het beste wat me is overkomen’, vertelt Deborah. ‘Maar wat was ik verschrikkelijk zenuwachtig. Je weet gewoon dat je daar alles moet vertellen … Dat was ontzettend moeilijk, maar heeft uiteindelijk heel erg geholpen.’ Deborah krijgt inzicht in allerlei patronen die ze in haar dagelijks leven heeft. Zo gaat ze in de kerk altijd aan de kant zitten met een bekende naast zich. En doet ze ’s morgens vroeg boodschappen om niemand tegen te komen. Ook gaat ze nooit in een gangpad staan waar een andere man staat die boodschappen doet. ‘In het traumacentrum deed ik allerlei nieuwe ervaringen op en leerde ik dat het gewoon veilig is als je samen met een man in één ruimte bent.’ Het contact met lotgenoten – ‘iedereen die daar zat, was seksueel misbruikt’- gaf een stukje herkenning en dat was ook fijn, aldus Deborah. Als ze de behandeling in het traumacentrum afsluit, merkt ze dat het haar veel heeft gebracht. ‘Ik was direct veel rustiger. M’n omgeving noemde me al snel ‘Deborah 2.0’, zegt ze met een knipoog.

Hoe heb je (het geloof in) God in deze periode ervaren?

‘Ik geloof dat God in mijn leven alle dingen leidt en dat ik altijd op Hem kan terugvallen. Ik kan alles bij Hem kwijt. Hij is onvoorwaardelijk te vertrouwen. Bij Hem word ik nooit beschadigd.’

Wat adviseer je mensen die om iemand die misbruikt is heen staan?

‘Je moet goed kunnen luisteren. Of liever gezegd: er alleen maar zíjn. Want soms is iemand niet in staat iets te vertellen. Het is belangrijk dat mensen meelopen en meelijden, onvoorwaardelijk. Dat is zwaar en dat is lastig, want je moet alle pijn, angst en woede verdragen en naast een ander staan. Eigenlijk daal je mee af in de beerput. Het vraagt heel veel geduld.’

Wat wil je meegeven aan mensen die zelf misbruikt zijn?

‘Het is heel moeilijk om erover te praten en hiervoor een therapie te volgen, maar je krijgt er een veel mooier leven voor terug. Het is niet goed dat misbruik in christelijk Nederland zo makkelijk onder het tapijt wordt geschoven. Dat vind ik heel erg voor de mensen die misbruikt zijn, want die blijven met het trauma lopen en dat heeft gevolgen voor hun hele leven. Dus alsjeblieft: deel het met iemand. Iemand die je vertrouwt, een vriendin of je man. Het moet iemand zijn die naar je luistert en je serieus neemt. Misschien moet je dit artikel aan iemand appen en dan aangeven dat je erover wilt praten.

Als ik naar mezelf kijk: toen ik er alleen mee liep, was het overleven. Ik had, mede door het seksueel misbruik, geen goed huwelijk, het was op een scheiding uitgelopen als we zo waren doorgegaan. De intimiteit van een huwelijk is erg moeilijk doordat dit stuk beschadigd is geraakt. Door gebruik te maken van intensieve partnertherapie konden we samen ermee leren omgaan, het benoemen. Het is niet vanzelfsprekend dat ook je partner dit aankan. Het is een moeilijke weg, ook voor de partner. Nu ervaar ik veel meer rust en vreugde in mijn leven, ook samen.’

Deborah is een fictieve naam en haar identiteit is bij de redactie bekend. Belangrijk is te weten dat Deborah er eerst voor heeft gekozen om hier met haar volledige naam haar verhaal te doen. Het was tijd: iedereen mocht het weten en ervan leren, de tijd van schaamte was voorbij, bevrijd van de last! Dit zou echter te veel complicaties kunnen geven.

Als je contact wilt hebben met Deborah als ervaringsdeskundige, kun je haar benaderen via de redactie, chdejong@vrouwtotvrouw.nl.

Je kunt ook anoniem contact opnemen met het Reformatorisch Meldpunt, https://www.ikmeldhet.nl/.

Dit is het eerste artikel over seksueel misbruik.

Lees hier het tweede artikel.

Wil je meer lezen over dit onderwerp, dan heeft Deborah de volgende suggesties:

  • ‘Het hele dorp wist het’ van Rinke Verkerk
  • ‘Hoe overleven we?’ van Francine Oomen
  • ‘Dicht bij huis’ van Iva Bicanic en Richard Korver
  • ‘De keuze’ van Edith Eva Eger
  • ‘Wat wij kunnen doen’ van Sarina Brons-van de Werken e.a.
  • ‘Het doet pijn van binnen’ van drs. Marrie van der Feen-de Muynck
  • ‘De pijn voorbij’ van dra. M.A. van der Feen en R.E. van der Feen
  • ‘Van Weerzin naar weer zin’ van Carlie van Tongeren & Ingeborg Timmerman
  • ‘Verwondering – Hoe God wil troosten na seksueel geweld’ van Marianne van Wageningen
  • ‘Verlamd van angst’ van Agnes van Minnen