• Gepubliceerd door
  • Vrouw tot Vrouw
  • Gepubliceerd op
  • 30 december 2022
  • Tags

Bijbeltijd januari – Mattheüs

Door: Maartje Kok

2023 is ingeluid, de maand januari krijgt zijn start. Mooi is het dan om in deze eerste maand te beginnen bij het eerste Bijbelboek van het Nieuwe Testament: het Bijbelboek Mattheüs 

Inleiding week 1

Welke teksten komen er bij je naar boven als je aan dit Bijbelboek denkt? Misschien is het wel een van de teksten van de zaligsprekingen, een tekst over het koninkrijk van God of de laatste woorden van Jezus als Hij Zijn discipelen uitzendt. Voor we daaraan gaan beginnen, is het goed om eerst eens te kijken naar wat voor Bijbelboek Mattheüs is. Mattheüs, de discipel van Jezus, schrijft zijn woorden speciaal op voor de Joden. Hij is vooral bezig met hoe Jezus zich tot Israël verhoudt en hoe Israël Hem verworpen heeft. Mattheüs wil de Joden laten zien dat Jezus de beloofde Messias is en de Koning van de Joden is. Dit laat hij o.a. zien door teksten uit het Oude Testament erbij te halen om zo te laten zien dat deze in vervulling zijn gegaan bij de komst van Jezus. Omdat hij Jezus als dé Koning schetst, spreekt hij ook veel over het Koninkrijk van God, daar waar Jezus de heerschappij heeft over alles. Waar de schrijver Markus veel nadruk legt op de wonderen die Jezus heeft gedaan, legt Mattheüs de nadruk op het onderwijs van Jezus. Ik hoop dus ook dat je in deze maand deze Koning en Zijn onderwijs over Zijn Koninkrijk beter leert kennen en liefhebben. 

Aan het begin van deze maand wil ik je nog een tip meegeven. Lees de gedeeltes die er per dag op staan eens hardop. Het zijn misschien bekende gedeeltes, maar door ze hardop te lezen komen de woorden soms beter en anders binnen en beklijven ze beter. 

Zondag 1 januari

Lezen: Mattheüs 1
Mattheüs schrijft dit op om te laten zien dat Jezus, de Zoon van David is. Daarmee wijst hij Jezus aan als dé Messias die de joden verwachtten. Dit is geen saaie rij met namen, maar een lijst die laat zien: zo heeft God gewerkt door de gebroken geslachten heen, en kijk: hier is Koning Jezus! Het eerste hoofdstuk mondt uit in één van de belangrijkste gebeurtenissen uit de geschiedenis, Jezus wordt geboren. Onze Koning.

Zoek eens drie namen uit, uit het geslachtsregister. Wat zijn hun verhalen? Hoe zie je daarin Gods genade?

Gebed: Vader, U bent door alle tijden heen trouw gebleven aan Uw Woord. Door alle geslachten heen heeft U Uw plan voltrokken. U liet U niet weerhouden door zonde, oorlog, ongehoorzaamheid en ontrouw. Uw plannen falen niet omdat U eropuit bent om Israël te redden en daarbij ook ons op het oog heeft. Halleluja!

Lied:

 

 

Maandag 2 januari

Lezen: Mattheüs 2 / Openbaring 12:1-6

Koning Jezus is geboren, de Koning van het Koninkrijk van het Licht. De duisternis zit niet stil, de duivel zit niet stil. Hij doet er alles aan om ervoor te zorgen dat deze Koning geen heerschappij zal hebben. Herodes is uit op kindermoord. Dit zien we ook terug in Openbaring 12, waar de draak het Kind (dit staat voor het Kind Jezus) wil vermoorden. Maar dwars door die ellende heen vinden drie wijzen deze Koning en aanbidden Hem, ze volgden het licht, de ster en kwamen bij hét Licht.

De duivel wil het Evangelie (het Woord) de mond snoeren, ook wij kunnen blijven zwijgen van het Levende Woord, Jezus. Met wie heb jij voor het laatst het goede nieuws gedeeld?

De naam van Jezus betekent: God redt. Hij is naar deze wereld gekomen om dát te doen en te laten zien dat God de reddende God is. Vertrouw jij erop dat het waar is dat Hij redt? En ook jou wil redden?

Gebed: Grote God, Schepper van de sterren, U heeft de weg gewezen door de duisternis naar Jezus. Leidt ook mij telkens weer naar de kribbe van mijn Verlosser. Geef dat ik niet in verzoeking zal komen om te knielen voor de duisternis, maar zal wandelen als kind van het licht. Ik prijs U, want niet de duivel is koning, maar Uw Zoon Jezus!

Lied:

 

Dinsdag 3 januari

Lezen: Mattheüs 3

Hier verschijnt Johannes de Doper op het toneel, de wegbereider van Jezus. Hij laat de mensen zien dat ze nog vol zijn van hypocrisie en zonde. Hij wijst ze op vergeving want het Koninkrijk van God komt naderbij, Jezus komt naderbij.

Wat doen de woorden van Johannes over hypocrisie met jou, voel je je aangesproken of juist niet? Waarin ben jij in je leven hypocriet geweest of ben je dat nog steeds?

Gebed: Vader, wijs mijn hypocrisie aan. Verneder mij waar mijn hoogmoed nog heerst. Laat mij zien waar ik mij nog gedraag als een witgepleisterd graf. Vervul mij met Uw Heilige Geest, sterk mij, heilig mij, om tot eer van Koning Jezus te leven, als kind in Zijn rijk.

Lied:

 

Woensdag 4 januari

Lezen: Mattheüs 4

We zijn hier getuigen van het begin van de bediening van Jezus. Hij kijkt de duivel, degene die strijd om het Koninkrijk van Jezus te vernietigen, recht in de ogen en spreekt woorden van Waarheid uit het Woord. Jezus laat ons zien wat God van Hem en ons vraagt: gehoorzaamheid aan alles wat Hij gesproken heeft. Leven van Zijn woord.

Jezus kende veel teksten uit het Oude Testament. Schrijf eens op welke teksten jij uit je hoofd kent? Hoeveel zijn dat er? En heb je een goed weerwoord als de duivel met leugens komt?

Welke leugens zijn er in jouw leven te vinden die je van een leven met de Heere Jezus afhouden? Misschien denk je: ‘de Heere Jezus is er niet voor mij.’ Welke belofte kun je daar tegenover zetten uit Gods woord? Onderstreep de beloftes die je vindt tijdens het Bijbellezen.

Gebed: Heere Jezus, Ik loof en prijs U omdat U niet bezweek voor de duivel en zijn leugens. U bleef staan en knielde niet. Leer mij woorden van Waarheid te spreken als de leugens op mij afkomen. Ik klamp mij vast aan U, want U heeft de woorden van eeuwig leven, naar wie moet ik anders gaan?

Lied:

 

Donderdag 5 januari

Lezen: Mattheüs 5

We lezen het begin van de bergrede. Als je je afvraagt: hoe leef ik, hoe ben ik als onderdaan in het Koninkrijk van de Vader? Dan schetst Jezus dat in deze woorden van de bergrede. De zaligsprekingen laten zien hoe het karakter is van een volgeling van Jezus. Daarna spreekt Hij uit wat de missie is: zout en licht zijn. En, hoe Jezus de wet niet afschaft maar het nog meer toespitst. Hij wijst met zijn woorden op jouw hart, waarvan Hij wil dat het rein blijft zodat je wit gekleed bent in het Koninkrijk.

De zaligsprekingen zijn kleine goudstukjes, die je mee kunt nemen de dag in. Kies er een om mee te nemen deze dag.

Gebed: Heere Jezus, Uw woorden zijn zacht en hard. Stoten mij tegen de borst en drijven mij uit tot U. U die rein van hart bent, zachtmoedig en nederig. Ik wil mij niet meer schamen vandaag voor U, vorm mij zo dat het Evangelie als licht uit mijn woorden en daden zal spreken. Beproef mij en zie of er een schadelijke weg is, in mijn huwelijk, mijn relaties, mijn werk. Want Uw wet is goed, maar zo vaak zie ik niet wat er bij mij aan schort. Houd mij daarom dicht bij U.

Lied: Dit lied in het Engels, bezingt de zaligsprekingen uit Mattheüs 5:

Vrijdag 6 januari

Lezen: Mattheüs 6:1-18

Dit hele hoofdstuk gaat samengevat over: waar verzamel jij je schatten? Jezus wijst aan dat openbaar vertoon (in bidden, geven, vasten) ons niks zal geven. God geeft namelijk in het verborgene.

Kijk eens eerlijk naar jezelf, waar ben jij soms nog bezig met denken over hoe andere mensen over jou denken? Het goed doen voor anderen? Leef vrij van de mening van mensen en de mening van jezelf, het gaat enkel om de mening van God. Een boekentip over dit onderwerp: Bevrijd van jezelf – Tim Keller

Gebed: Door Uw genade Vader, kom ik bij U. Ik heb niks te verliezen en niks te winnen in deze wereld. Leer mij bidden. Leer mij geven. Leer mij vasten. Niet voor de mensen, maar voor U. Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen.

Lied:  Onze Vader in de Hemel, heilig is Uw naam.

 

Zaterdag 7 januari

Lezen: Mattheüs 6:19-34 & Lukas 12:13-34

De twee evangelisten hebben hetzelfde gehoord maar de een heeft iets anders opgeschreven dan de ander. Toch vullen deze elkaar aan. Denk je eens in, Jezus spreekt Zijn woorden uit over het niet verzamelen van schatten, maar dan is daar een man die zijn zinnen heeft gezet op de erfenis (Lukas 12). Jezus noemt hem dwaas, en tekent dit uit in een gelijkenis. De boodschap van: ‘zoek eerst het koninkrijk’ en ‘wees niet bezorgd’, is niet een doekje voor het bloeden of een aai over je bol, maar een oproep: als je je bezorgd maakt, heb je je hart nog te veel gehecht aan de aarde en niet aan het Koninkrijk.

Vraag: Hoe is dat bij jou? Ben je bereid om alles op te geven en Jezus achterna te gaan als Hij dat van je vraagt? Welke dingen hou jij nog vast om bij Hem te horen?

Gebed: Neem mijn leven, laat het Heer, toegewijd zijn aan Uw eer. Neem mijn schatten en mijn goud, dat ik daar niets van behoud. Want al zou ik heel de wereld winnen en schaden lijden aan mijn ziel, het stelt niks voor. Ik wil U als grootste schat koesteren, want waar mijn schat is, daar is mijn hart.

Lied:  Zoek eerst het koninkrijk van God

Inleiding week 2

We hebben gelezen over de komst van Jezus naar deze aarde, we hebben gezien hoe Hij het wereldtoneel betreedt: met het Woord van Zijn Vader. En we hebben gehoord hoe Hij ons aanspreekt op ons hart, onze hypocrisie, ons verlangen om gezien te worden, onze zorgen over aardse dingen. Dit zegt Hij enkel en alleen omdat Hij jouw hart op het oog heeft en niets liever wil dan dat je binnen Zijn Koninkrijk blijft door gehoorzaam te zijn aan Zijn wil. En dat brengt vreugde. Aankomende week kijken we nog een stukje verder in de bergrede en zien we verschillende ontmoetingen van gewone mensen zoals jij en ik, met Jezus. Het is duidelijk, Jezus kijkt naar het hart en Hij hoort degenen die tot Hem roepen.

Zondag 8 januari

Lezen: Mattheüs 7

In dit hoofdstuk komen er verschillende dingen het toneel op. Een splinter en balk, gebedsverhoring, nauwe poort en de boom en zijn vruchten. Veel zegt iets over de verhouding van jou ten opzichte van een ander. Hier laat Jezus zien hoe ‘God liefhebben boven alles’ zich direct verbindt aan ‘en je naaste liefhebben als jezelf’.

Vraag: Als je dit gaat lezen, kijk dan eens welke opdrachten er in staan, welke beloftes en welke waarschuwingen. Pak er eens een studiebijbel bij om te kijken wat de verschillende facetten die op het toneel in hoofdstuk 7 staan betekenen.

Gebed: Vader, ik zie zo vaak de balk in mijn eigen ogen niet. Terwijl de splinter bij de ander zo goed te zien is. U zegt dat, als ik bid, ik zal ontvangen. Help mij dan om geworteld in U, wijs te wandelen en te handelen met mijn medemens. Laat mij goede vruchten dragen zodat U mij zal kennen. Laat mij een wijze bouwer zijn, niet op zand, maar op Uw eeuwige rotsvaste Woord.

Lied:  Heer, maak mij Uwe wegen door Uw Woord en Geest bekend. (Psalm 25:2,3,6)

Maandag 9 januari

Lezen: Mattheüs 8:1-17

In het gedeelte van vandaag ontmoeten we 3 mensen: de melaatse, de hoofdman en de schoonmoeder van Petrus. Gewone mensen, van lage of hoge stand. Jezus kijkt ze aan, hoort ze en komt ze te hulp.

Vraag: Als je gaat lezen vraag je dan af: wat hoor ik deze mensen zeggen en wat zegt Jezus tot ze? En zie je hoe Mattheüs de vinger legt bij de vervulling van het Oude Testament?

Gebed: Vader, geef mij het verlangen van de melaatse die vast vertrouwt op de reiniging door Uw Zoon Jezus. Geef mij het geloof van de hoofdman omdat mijn geloof vaak zo klein is en ik niet vertrouw op Uw Woord. Geef mij de dienstbaarheid van de schoonmoeder van Petrus, omdat U mij zo heeft genezen van mijn zieke, zondige bestaan, dat U al mijn kracht verdient in al mijn gebroken eenvoud. Dank U voor Uw leven. Uw Zoon.

Lied:  ‘Thank you’

Dinsdag 10 januari

Lezen: Mattheüs 8:18-34 en Mattheüs 9:1-8

‘Volg Mij,’ zegt Jezus hier. Hij is degene die de demonen laat zwijgen. Mattheüs schrijft hier over het goddelijke gezag, de Ik Ben, Jezus, de Zoon van God.

Vraag: Waarin zie jij in dit gedeelte Zijn Goddelijk gezag? Onderstreep dat. Wat betekent dit Goddelijke gezag voor ons leven?

Gebed: Zoon van God, zo anders dan ik ben. Wie bent U, dat U naar mij omkijkt? Mijn hoofd opricht en wilt dat ik U volg? U die de demonen hun plek wijst en triomfeert over de duistere machten en krachten. Wees mijn Koning, zonder U verlies ik het. Wees mijn Koning, want zonder U ben ik verloren. Ik loof en prijs U voor Uw goddelijk gezag. Als U spreekt gebeurt het, leer mij luisteren naar Uw stem.

Lied:  ‘Jezus overwinnaar’ uitgevoerd op het orgel

Woensdag 11 januari

Lezen: Mattheüs 9:9-38

Deze gebeurtenissen lijken nogal vreemd om achter elkaar te lezen. Heeft het wel een thema? Is het wel een logische volgorde? Eerst zien we daar een autobiografische weergave van Mattheüs zelf, die schrijft over het moment dat Jezus in zijn leven kwam, de naam van Mattheüs betekent: ‘gift van God’. Het kan zijn dat hij later deze christelijke naam heeft aangenomen of ontvangen toen hij discipel van Jezus werd. Een ding is duidelijk, hij heeft alles achtergelaten en is Jezus gaan volgen. Zelfs zijn goedbetaalde baan liet hij achter. Deze man is ooggetuige geweest van de verslagen die je daarna leest. Het is alsof je door zijn ogen meekijkt en Jezus aan het werk ziet en Zijn woorden hoort. Het was een mens van vlees en bloed die zo getroffen werd door Jezus, dat hij zijn hele leven opgaf om Zijn discipel te zijn. Dankzij de Heilige Geest door het schrijven van Mattheüs heen, kunnen we ‘zien’, en ‘horen’ wat Mattheüs hoorde. Kijk je mee?

Stel je zou een toeschouwer zijn, en je zou achter Mattheüs staan in de volgende verzen:

Vraag 1: 9:9-13 à Waar bevindt Mattheüs zich? Welke rollen zijn er in deze korte verzen te vinden? Wat bedoelt Jezus met Zijn woorden?

Vraag 2: 14-17 à De discipelen hebben net als de farizeeërs (in de voorgaande verzen) een vraag n.a.v. de feestmaaltijd in het huis van Mattheüs. Jezus is echter veel milder naar hen dan naar de eerste vragenstellers. Wat Jezus hier voor een antwoord geeft is samenvattend: Jezus is de bruidegom, de koning waar op is gewacht. Het is eigenlijk baanbrekend wat Hij hier doet, Hij openbaart zich als de Koning van de Joden. De bruidegom die komt voor Zijn bruid. Hoe zou het gezicht van de hoorders hebben gestaan?

Vraag 3: 18-34 à Welke personen ontmoet jij / Jezus hier? Let goed op de handelingen van Jezus, keert Hij om? Loopt Hij door? Wat hoort Hij? En als laatst: wat doet Hij?

Vraag 4: 35-38 à Zet eens een week lang je wekker om 9:38 (mat. 9:38) en bid deze opdracht van Jezus: Mattheüs 9:38 ‘Bid daarom tot de Heere van de oogst dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitzendt’.

Gebed: Heilige Geest van God, zo machtig is het hoe alles is opgeschreven in Uw Woord. Het is vol van leven, en zo dichtbij in mensengestaltes. Hierdoorheen zie ik de liefde van de Vader en de Zoon, voor gebroken zondaren die tot Hem roepen. Dank U voor deze voorbeelden, U laat geen bidder staan. Ook mij niet. Ik leg mijn gebed voor U neer. Amen.

Lied:  O grote Christus eeuwig licht

Donderdag 12 januari

Lezen: Mattheüs 10

Je zal er maar staan, weggeroepen van je visnetten en je geld. In Mattheüs 10 zijn we getuige van het moment dat Jezus Zijn discipelen uitzendt. Dit doet Hij niet zomaar, maar met woorden die ze bemoedigen en moeten versterken op de reis. Hij laat zien dat het volgen van Hem én het uitdragen van Zijn evangelie, gevolgen kan hebben en zelfs scheiding brengt in gezinnen. Pijnlijk, maar waar. Dit zien we soms erg duidelijk terug in de vervolgde kerk. De Heere Jezus maakt het niet mooier dan dat het is. Hij laat de kosten zien en benoemt de consequenties. Maar, daarin is Hij genadig, dichtbij, zorgend, soeverein. Hij telt de musjes, de haren van je hoofd, en zegt als opdracht: wees niet bevreesd.

Vraag: welke opdrachten (gebiedende wijs) aan de discipelen zie je terugkomen in dit gedeelte? Wat zegt dit over discipelschap en wat we daarin van God mogen verwachten?

Gebed: Vader, U heeft mijn haren geteld, ik ga alles ver te boven. Ik hoef niet bevreesd te zijn, want U bent met mij. Leer mij zo na te volgen, zonder compromissen. Geef mij woorden om te getuigen, Uw evangelie om te delen. Ik hoef niet bevreesd te zijn, want U bent met mij. Amen.

Lied: In de nacht van ons bestaan, een wereld ver bij God vandaan

Vrijdag 13 januari

Lezen: Mattheüs 11

Johannes zit in de gevangenis, hij begint te twijfelen of de Jezus wel werkelijk de Messias is die beloofd is. Hij was niet de enige Israëliet die het vaak niet geloofde, ook de andere Israëlieten verwachtten niet een Messias, zoals Jezus Messias was. Hij was geen heerser die de vijand aan het verslaan was, Hij was van een volledig andere orde. Misschien vind je het apart en heb jij je oordeel wel geveld over de Israëlieten en de vraag van Johannes, maar, hoe vaak zijn jij en ik niet blind voor het Koninkrijk dat zich uitbreidt, voor het werk van Jezus? Verblind door ons egoïsme en onze zonden. Alles in dit hoofdstuk draait erom: wie heeft werkelijk geloofd dat Jezus de beloofde Messias is, en wie niet? Wat zijn de consequenties daarvan? Aan het eind van dit elfde hoofdstuk horen we Jezus spreken tot Zijn Vader: ‘In die tijd antwoordde Jezus en zei: Ik dank U, Vader, Heere van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, en ze aan jonge kinderen hebt geopenbaard.’ Hij wil onze ogen openen, laten we dan zijn als een kind.

Vraag: Wanneer ben jij blind geweest voor de uitbreiding van Zijn Koninkrijk? Of, wanneer was jij blind voor wie Jezus werkelijk is? Ben je momenteel nog blind? Bid om verlichting van de Heilige Geest.

Gebed: Heilige Geest van God, open mijn ogen, open mijn hart, open mijn verstand. Zodat ik U zal kennen drie-enige God. Maak mij als een jong kind, dat alles van U mag zien en leren. Open mijn ogen, opdat ik U zien zal. Amen.

Lied:  Lofzang van Simeon: terwijl Hij ‘t blind gezicht van ‘t heidendom verlicht

Zaterdag 14 januari

Lezen: Mattheüs 12

Een terugkerend thema voor de farizeeërs is: ‘de sabbat’. Telkens willen ze Jezus daarop pakken en bevragen. In Mattheüs 12:1-14 zien we dit ook. Op het eerste gezicht zou je zeggen dat ze een terecht punt te pakken hebben, maar de vraag van de farizeeërs is niet gericht op de wet van God, maar de kleine wetten die ze er zelf bij verzonnen hadden. Deze hadden ze tot Gods wet gemaakt. Op verschillende manieren maakt Jezus dan ook duidelijk dat Hij niet tegen de wet in gaat. Dit doet Hij om te laten zien dat Híj degene is die de wet van God op de juiste manier kan interpreteren en volledig kan gehoorzamen. De farizeeërs waren vergeten dat de sabbat een dag is van vernieuwing, zoals we dat ook zien: vernieuwd met elkaar eten, de vernieuwde hand van de man. Dat zien we in het hele hoofdstuk terug: vernieuwing. Iets nieuws van een hele andere orde: goede (nieuwe) vruchten, meer dan Jona (beter), het belang van een reine Geest toelaten in het leven, omdat anders het oude terugkeert, en Jezus’ nieuwe familie. Hij laat zien: het Koninkrijk is van een andere orde, een nieuwe orde.

Vraag: Lees het gedeelte rustig door, welke nieuwe elementen zie jij nog meer?

Gebed: Heere Jezus, U kwam met Uw krachtige woorden in een wereld die vastzat aan oude tradities die ze zelf hadden gemaakt. Ook vandaag de dag is Uw krachtig Woord, scherper dan het zwaard. Vernieuw ons daarmee, laat de diepte zien van Uw bedoelingen, zodat we Uw wil leren doen en zo kinderen van U zullen zijn. Amen.

Lied:  Spreek o Heer’

Inleiding week 3

We gaan de derde week in. As je nu terugkijkt: wat heb je dan over Jezus geleerd? Welke woorden van Hem zijn je bijgebleven? Hoe heb je Hem beter leren kennen? Aankomende week behandelen we weer een aantal hoofdstukken uit het Mattheüsevangelie. We staan stil bij de dood van Johannes de Doper, bekende woorden van Petrus en listige vragen van de Schriftgeleerden. Door alles heen is te zien wie Jezus is: de Zoon van God. Hij nodigt niet alleen de joden, maar ook de heidenen uit om bij de Heere God te horen. Lees je mee?  

Zondag 15 januari

Lezen: Mattheüs 14
Als kind vond ik het verhaal over de dood van Johannes de Doper een verhaal om je adem bij in te houden: ‘Het zál toch niet zo zijn dat die dochter dat écht tegen haar moeder zegt?!’ Toch is het zo. Op een lugubere wijze komt Johannes de Doper om. Hij, de man die opriep op het Lam te zien, werd de mond gesnoerd. Dit wordt verteld aan Jezus: Zijn neef Johannes is vermoord. Zijn neef, een familielid, wat zal er door Jezus heen zijn gegaan? Het enige wat we dan lezen is (13-14): ‘En toen Jezus dit hoorde, vertrok Hij vandaar met een schip naar een eenzame plaats, alleen; en de menigte, die dat hoorde, volgde Hem te voet vanuit de steden. En toen Jezus uit het schip ging, zag Hij een grote menigte, en Hij was innerlijk met ontferming bewogen over hen en genas hun zieken.’ Jezus zoekt direct de stilte op, de eenzaamheid. Maar direct komen er mensen achter Hem aan, Hij lijkt nauwelijks tijd te krijgen om dit verschrikkelijke nieuws te verwerken. Toch gaat Jezus direct aan het werk, Hij ziet de mensen en is met innerlijke ontferming bewogen. In de opvolgende twee geschiedenissen (wonderbaarlijke spijziging en Jezus wandelt op het water) laat Hij zien dat het Koninkrijk niet stopt bij Johannes. Hij laat zien: Ik ben de Zoon van God. Het is hoopvol dat Jezus niet stopt waar Zijn volgelingen omkomen en het zwijgen op wordt gelegd, door de dood of op een andere manier. Hij gaat Zijn ongekende gang.

Vraag: waar zie jij dat Jezus’ werk doorgaat op deze aarde, ook als het lijkt te stoppen?

Gebed: Heere Jezus, mens als wij en toch zo anders, de Zoon van God. U gaat door, ook als in mijn leven het Koninkrijk lijkt te verstommen, als kerken leeglopen, als Uw kinderen worden vervolgd en vermoord. U stopt niet, U voltooid wat U bent begonnen want dat heeft U beloofd. Wat een hoopgevende belofte. Werk zo door in mijn leven Heere en in het leven van al Uw kinderen. Amen.

Lied:  Verlaat niet wat uw hand begon, o Levensbron Psalm 138:1/4

 

Maandag 16 januari

Lezen: Mattheüs 15
Dit keer komen er zelfs Schriftgeleerden en Farizeeën uit Jeruzalem. Zou het een grootschalig onderzoek naar Jezus handelen en wandelen zijn? Blijkbaar werd Zijn bekendheid groter en trok Hij de aandacht van de autoriteiten. Opnieuw wijzen ze Hem erop dat zijn discipelen (daar wordt Jezus op aangesproken) zich niet houden aan de overleveringen. Dat zijn niet de wetten van God, maar van de traditie. Jezus zet dit ook tegenover elkaar en laat zien dat de mannen zich juist zélf niet aan de wet van God houden.

Jezus laat zien in vers 1-9 dat het niet zozeer gaat om de oude overleveringen maar eerder over de reinheid en onreinheid van het hart. Daarna laat hij in het vervolg zien dat Hij (10-20) de waarachtige Leraar van Gods Woord is en laat Hij zien, dat niet alleen het volk Israël bij God hoort, maar ook de heidenen (die onrein zijn in de ogen van de Schriftgeleerde) daartoe bestemd zijn. Als laatst onderstreept Hij dat door in vers 21-39 barmhartig om te zien naar de heidenen en ze te genezen.

Vraag: wat zegt dit Bijbelgedeelte over Jezus? Er staat dat de heidenen (daar hoort ons land ook bij) ook bij God mogen horen, hoor je daarbij en, zo niet, welke uitnodiging ligt er dan in de woorden van de Heere Jezus?

Gebed: Heere Jezus, U laat zien dat U alle grenzen doorbreekt. Uw genade vloeit voorbij onze menselijke gedachtes. Leer mij zien wat werkelijke reinheid is, schep in mij een rein hart zodat ik God zal zien. Ik loof en prijs U dat Uw barmhartigheid zich ook zo zichtbaar uitstrekt naar de heidenen, naar mij en mijn volk. Amen.

Lied:  Door Uw genade Vader, mogen wij hier binnen gaan.’

 

Dinsdag 17 januari

Lezen: Mattheüs 16
Opnieuw komen er Farizeeën en Sadduceeën naar Jezus toe om Hem te verzoeken. Ze vragen om een teken, maar Hij geeft hen die niet. Hij waarschuwt Zijn discipelen tegen deze twee groeperingen. Hij waarschuwt hen tegen de denkwijze en de daaruit voortvloeiende leer. De discipelen moesten zich hierdoor niet laten misleiden maar zich van hen afscheiden.

Tijdens het samenzijn met Zijn discipelen stelt Jezus de vraag: Wie zeggen jullie dat Ik ben?’ Jezus openbaart zich daar (door het antwoord van Petrus heen) als de Zoon van de levende God, en vertelt dan dat Hij zal gaan sterven. Daaropvolgend spoort Jezus zijn discipelen aan tot zelfverloochening. Hij weet dat de consequenties van het geloven dat Hij de Zoon van God is, en de dood in zal gaan, zelfverloochening moet vragen van Zijn discipelen.

Vraag: in dit gedeelte worden er verschillende vragen gesteld en antwoorden gegeven. Welke zie jij?

Wie zeg jij dat Jezus is?

Gebed: Heere Jezus, ik belijd dat U de Christus bent, de Zoon van de Levende God. Geef mij de moed dit voor de mensen te belijden, dwars tegen dwalingen in en soms ook dwars tegen mijn eigen vlees in. Heilige Geest, vul mijn hart. Amen.

Lied:  Zoon van God en Zoon van mensen

 

Woensdag 18 januari

Lezen: Mattheüs 17

In het vorige hoofdstuk hoorde we hoe Petrus beleed dat Jezus de Zoon van God is, in dit hoofdstuk ziét Petrus dit ook werkelijk. Op ‘de berg van de verheerlijking’ is hij toeschouwer van iets wonderbaarlijks.

Vraag: wat zie jij van Jezus in dit hoofdstuk? Wat hoor je over en van Hem?

Gebed: Heere Jezus, zo groot bent U dat ik U niet kan bevatten. Ook de woorden die ik lees zijn nog maar een gedeelte van wie U bent, ik wil U beter leren kennen als de Zoon van de Levende God. Amen.

Lied:  ‘Mijn Jezus, mijn Redder’

 

Donderdag 19 januari

Lezen: Mattheüs 18

In dit gedeelte wordt er in vers 1-9 een kind in het midden van de volwassenen kring gezet. Want als je wordt zoals de kinderen, zul je het Koninkrijk binnengaan. Daarna komen er een aantal stevige onderwerpen voorbij, Jezus onderwijst Zijn discipelen. Maar alles is op hetzelfde gericht: hoe blijf je bij de kudde van de Herder? Door te zijn als een kind, het kleine niet te verachten, elkaar op de zonde aan te spreken en te leven van genade.

Vraag: in welk stukje wil jij je verdiepen of wat sprak je aan? Sta daar nog eens wat langer bij stil. Misschien heb je iemand op het oog binnen de gemeente die je moet confronteren met zijn zonde? Misschien moet jij juist iemand vergeven.

Gebed: Heere Jezus, zonder U kan ik niet. Laat mij een eenvoudig, kinderlijk schaap zijn in Uw kudde. Laat mij nederig zijn en niet hoger van mezelf denken dan dat U van mij denkt. Houdt me bij Uw kudde en geef mij wijsheid om ook andere bij Uw kudde te houden. Amen.

Lied:  De Heer is mijn Herder

Vrijdag 20 januari

Lezen: Mattheüs 19
Jezus’ dienst in Galilea is klaar en Hij vangt met Zijn discipelen de reis naar Jeruzalem aan. Ook op deze reis treft Hij Farizeeërs die Hem willen verzoeken en ten val willen brengen. Hij vertelt over de heiligheid van het huwelijk (3-12) en ontmoet de rijke jongeman (16-20) en laat zien dat er een rijke beloning is voor hen die Hem volgen.

Vraag 1: in Mattheüs 19:6 staat er dat wat God heeft samengevoegd de mens niet mag scheiden. Wat zegt Jezus nog meer over het huwelijk? Schrijf de woorden eens op die Jezus daar over zegt. Heb je voorbeelden in je omgeving bij wie je ziet dat ze in het verbond met elkaar met God leven? Waaraan is dat te zien?

Gebed: Vader in de hemel, de lat lijkt zo hoog als het gaat om het huwelijk. Soms zo onbereikbaar. De trouw die U vraagt, vraagt om van mijzelf af te zien. Help mij om lief te hebben en te blijven, ook als het moeilijk is. Vader, er is zoveel gebrokenheid in huwelijken, ook binnen Uw gemeente. U kent de namen, de echtparen, de verlatenen. Ontfermt U zich over hen, houdt ze vast bij Uw woord. Geef dat ze de ogen niet afwenden van diegene tegen wie ze hun ja-woord hebben uitgesproken. Vernieuw de heiligheid in de huwelijken in mijn gemeente, zodat ze een prachtige afspiegeling zullen zijn van Christus en de kerk. Amen.

Lied:  Uw macht is groot, uw trouw zal nooit vergaan – psalm 93

Zaterdag 21 januari

Lezen; Mattheüs 20

Vraag 1: Mattheüs 20:1-16 schetst de gelijkenis die uitbeeldt waaraan het koninkrijk der hemelen gelijk aan is, wat is de boodschap van Jezus hier?

Vraag 2: In Mattheüs 20:17-34 worden er vragen aan Jezus gesteld, welke vragen zijn dit en hoe gaat Jezus hier mee om? Wat zegt dit over Hem?

Gebed; Heere Jezus, U die nabij bent en een weg is gegaan van lijden. De Zoon van God, de Zoon des mensen. Leer mij U kennen en Uw antwoorden doorgronden. Amen.

Lied; Dier’bre Jezus

Inleiding week 4

We zijn aangekomen in de een na laatste week waarin we het Bijbelboek van Mattheüs doorlezen. Deze week horen we de Heere Jezus spreken over het Koninkrijk. Hij deelt gelijkenissen met Zijn discipelen die iets laten zien van het Koninkrijk van God. Hierin liggen confronterende en troostende lessen.  We zien in hoofdstuk 21-23 dat de Messias Zijn gezag doet gelden over Jeruzalem. Hij trekt met een zegetocht Jeruzalem in en treedt op in de tempel. Hij vervloekt de vijgenboom en heeft opnieuw gesprekken met de godsdienstige leiders.  

Zondag 22 januari

Lezen: Mattheüs 21:1-22

De lezing van vandaag speelt zich helemaal af in Jeruzalem. Jezus doet Zijn intocht in Jeruzalem en gaat de tempel binnen. Er zijn hier dus eigenlijk verschillende dingen te lezen: Jezus op de straat en Jezus in de tempel. Stel jezelf voor dat je toeschouwer bent en langs de kant aan het kijken bent hoe Jezus Zijn intocht doet, je wandelt met Hem mee de tempel in en ziet wat Hij daar doet en wat Hij daar zegt tegen de overpriesters en Schriftgeleerden. Daarna wandelt Hij langs een boom (21:18-19), het lijkt erop dat Mattheüs de lezer hier waarschuwt tegen het zondige voorbeeld van de religieuze autoriteiten in die tijd. Aan de buitenkant lijkt het heel wat, maar als je dichterbij komt is er geen vrucht van God te vinden.

Vraag (bij de tempelreiniging): Jezus maakte de tempel schoon, Hij was verontwaardigd over de onheiligheid die daar plaatsvond. Ook wij kunnen onheiligheid de kerk in brengen of onheiligheid toelaten in de kerk. We zien het, maar spreken elkaar er niet op aan omdat we dat niet durven. Heb je nu zelf een voorbeeld waar je aan denkt waarin je misschien wel onheiligheid (zelf of van iemand anders) toelaat terwijl je weet dat dat niet goed is?

Vraag (bij de boom): ben jij bezig met aan de buitenkant religieus alles op orde te hebben, maar draag je geen vrucht die voortkomt uit de liefde van en voor Jezus?

Gebed: Heere Jezus, Zoon van de Allerhoogste. Door de woorden van Mattheüs heen zie ik hoe U de beloftes en voorspellingen vervuld. Ik hoor de mensen roepen: Wie is dit?! En door genade zie ik dat U het bent, de Christus. Ik zie hoe U de tempel van Uw Vader weer schoonmaakt, blinden en kreupelen geneest. En dan toch, vraag ik mij soms af: wie bent U toch? Dat U deze krachten heeft, dit doet, dit hart voor Uw Vader heeft. Ik wil U beter leren kennen, meer en meer. En als een kind Uw lof verkondigen. Amen.

Lied:  Psalm 89:1,7,8

Maandag 23 januari

Lezen: Mattheüs 21:23-46

Opnieuw komen er religieuze leiders naar Jezus toe en vragen ze naar Zijn bevoegdheid. Waarom en hoe doet Hij wat Hij doet? (de tempelreiniging, genezingen etc.). Jezus stelt een vraag terug, maar ze weten er geen antwoord op te geven. Daaropvolgend spreekt Jezus over twee gelijkenissen. De gelijkenis van de twee zonen toont de nalatigheid van de godsdienstige leiders aan. De gelijkenis van de slechte landbouwers laat zien dat God het koningschap van Israël zal wegnemen. De religieuze leiders dachten dat zij het koninkrijk van God zouden moeten verspreiden, maar Jezus acht ze hier niet toe in staat. God zal het in de handen van gelovigen leggen die het niet door status verkrijgen, maar door genade het Koninkrijk verspreiden.

Vraag: welke dingen zijn nieuw voor je in dit gedeelte? Het vraagt soms even studie, maar als je tijd hebt raad ik je aan dit nog eens nauwkeurig te lezen en te onderzoeken hoe de lijnen (teksten) vanuit het Nieuwe Testament hier verbonden worden met het Oude Testament.

Gebed: Vader in de hemel, geef mij een nederig hart dat vol is van Uw liefde, toegewijd aan Uw Koninkrijk. Dat ik me niet zal tooien met uiterlijk vertoon, maar dat ik een hart heb dat vol is van U en dat werkelijk kostbaar is en tot opbouw. Ik bid U voor Israël, zoveel beloftes heeft U nog voor hen klaarliggen, geef vrede in Jeruzalem, dat ze de werkelijke Vredevorst zullen erkennen. Amen.

Lied:  Jeruzalem, Uw vrede komt

Dinsdag 24 januari

Lezen: Mattheüs 22

In dit hoofdstuk wordt er opnieuw een vraag aan Jezus gesteld in vers 36. Er wordt gevraagd door een wetgeleerde: ‘Wat is het grote gebod in de wet?’ Jezus reageert door hem te wijzen naar Deuteronomium 6:5. God liefhebben en de naaste liefhebben als Uzelf. Die liefde kan alleen groeien door Hem beter te leren kennen.

Vraag: Is jouw liefde voor Hem in 2022 gegroeid of heb je je niet verdiept in wie Hij is?

Gebed: Heere, mijn liefde voor U schiet zo vaak te kort. Maar Uw genade is altijd genoeg. Schenk mij liefde voor U, door te zien hoeveel liefde U heeft voor zondaren. Amen.

Lied: Hier in Uw heiligdom

Woensdag 25 januari

Lezen: Mattheüs 23

Bovenaan Mattheüs 23 staat: ‘Wee over de Farizeeën’, het is een waarschuwing. Jezus waarschuwt hier de menigte en Zijn discipelen om het valse leiderschap van de Farizeeën niet op te volgen (1-12) en in vers 13-39 roept Hij het ‘wee u’ uit over deze leiders. In totaal zijn er 8 ‘wee’s’ te vinden. Uiteindelijk spreekt Jezus een weeklacht uit over Jeruzalem (Israël), Hij is diepbedroefd over de stad.

Vraag: welke ‘wee’s’ vind je terug? Wat zegt Jezus daarin?

Gebed: Vader, ik word klein onder zulke grote woorden. U die recht spreekt en oordeelt, die alles tot het diepste van mijn hart kan doorgronden. Beproef mij en zie of er een schadelijke weg te vinden is. In Jezus naam, Amen.

Lied:  Doorgrond mijn hart en ken mijn weg o Heer

 

Donderdag 26 januari

Lezen: Mattheüs 24

In dit hoofdstuk weidt Jezus uit over de tekenen van het einde van de wereld. Dit hoofdstuk geeft mij persoonlijk altijd veel troost. In de coronatijd werd er vaak gezegd: ‘Dit lijkt wel het einde van de tijd.’ Maar, als je kijkt naar dit Bijbelgedeelte zie je dat het niet afhangt van wat er hier op de aarde gebeurt, maar ligt de schat in vers 14. De focus van God is niet alle dingen die de wereld over gaan, maar is de verspreiding van het evangelie. Als kind wilde ik niet dat er zendelingen waren, ik was bang dat Jezus dan snel zou terugkomen. Maar nu is dat veranderd, ik zie er naar uit dat Hij terugkomt om te regeren als de Koning van de wereld.

Vraag: Zie jij er naar uit? En hoe kan jij het evangelie delen in jouw omgeving? Roept God je misschien tot een bepaalde plek in Nederland of deze wereld? Geef er gehoor aan, want Hij spreekt: zul je geen haast maken, om het Evangelie te delen met de mensen om je heen?

Vraag: als je er niet naar uit ziet, hoe komt dat? Weet je niet zeker of je veilig bent achter het bloed van Jezus? Zijn naam betekent: God redt. Hij is de Verlosser en als je Zijn Naam aanroept ben je gered (Romeinen 10:13).

Gebed: Heere Jezus, U die weer zal komen op de wolken. Maar eerst moeten we nog door veel heen. Geruchten van oorlogen, ziektes, haat en vervolgingen. Houdt ons dicht bij Uw hart, en tot die tijd: maak mij een instrument in Uw handen, om Uw evangelie te verspreiden. Open mijn ogen om de mensen te zien die U nog niet kennen. Amen.

Lied:  Laat mij zijn een instrument

Vrijdag 27 januari

Lezen: Mattheüs 25

Dit hoofdstuk staat vol met gelijkenissen die telkens gaan over twee groepen: wijze en dwaze mensen. Wijs omdat ze God vrezen en de Heere Jezus volgen en dwaas zijn de mensen als ze dat niet doen.

Vraag: waar bevind jij je in deze gelijkenissen?

Gebed: Vader, Uw Woord is zo helder en zo confronterend. Zo vaak schiet ik te kort in het dienen van U en de mensen om mij heen. Laat mij een mens zijn dat onbewust de mensen om mij heen dient, belangeloos in liefde voor U. Ik kan dit niet zonder U. Amen.

Lied:  Psalm 145:1&2

Zaterdag 28 januari

Lezen: Mattheüs 26:1-13

We staan in dit hoofdstuk aan de vooravond van het lijden van de Heere Jezus. En Hij weet wat er met Hem gaat gebeuren (3). En in het heftige besef dat de dood daar bijna is, is daar een vrouw in het huis van Simon (6-13) die Hem zalft, als voorbereiding op de begrafenis. Ze heeft de Heere Jezus lief, en wil het duurste wat ze heeft aan Hem geven.

Vraag: deze vrouw knielde voor de Heere Jezus neer om haar toewijding aan Hem te tonen, kniel jij ook wel eens in je gebed om je klein te maken voor Hem, uit liefde?

Gebed: Heere Jezus, ik kom tot U. Onwaardig, maar dankzij Uw genade. U weet alle dingen, mijn twijfel, mijn ongeloof, en toch, U weet dat ik U liefheb. Vermeerder mijn liefde voor U. U hebt mij liefgehad met een eeuwige liefde die tot in de dood, ja de kruisdood is gegaan. Amen.

Lied: Jezus leven van ons leven

Inleiding week 5

Deze laatste week zien we hoe Jezus de weg naar het kruis gaat, in het graf wordt gelegd en glorieus opstaat en uiteindelijk naar Zijn Vader in de hemel gaat.

Zondag 29 januari

Lezen: Mattheüs 26:14-75

We lezen hier hoe Jezus wordt verraden en wordt verloochend door Petrus. Het zijn bijbelgedeeltes waar je stil van wordt, Jezus heeft dit onschuldig moeten doorstaan om de drinkbeker te drinken die wij hebben verdiend. Hij gaat de weg van zondaren en wordt verstoten en verloochend en gemarteld. In vers 69-75 zien we hoe Petrus zijn Meester verloochent en na de derde kraai van de haan zich de woorden van Jezus herinnert, en bitter huilt. Zijn grote woorden dat hij de Meester niet zou verloochenen, zijn onwaar gebleken. Het enige wat hij kan doen bij dat besef is bitter huilen.

Misschien denk je dat jij dat nooit zou doen, Jezus zo verloochenen. Net zoals Petrus ook dacht dat hij dat nooit zou doen. Maar wat van Petrus waar is, is ook waar voor jou en mij. We willen het goede doen, maar zijn zo vaak zo zwak. Het is goed te beseffen dat we zwak zijn, zodat we niet overmoedig worden maar stil achter Jezus aangaan en bidden om vastgehouden te worden door deze Zaligmaker. Misschien herken je wel zo’n moment van verloochening, en voelde je net zo’n bitter verdriet als Petrus. Dan is daar nog steeds de Heere Jezus, ook als wij Hem verloochenen er is altijd weer een weg terug. De enige weg terug is de weg van berouw, bittere tranen in je hart.

Vraag: heb je Jezus wel eens verloochend door je spreken of je daden? Ben je al op je knieën gegaan om in de weg van berouw terug te keren bij deze goede Zaligmaker? In de Mattheüs Passion wordt er gezongen door Petrus: ‘Ontfermt U zich.’ En dat wil Hij.

Gebed: Heere Jezus, zo vol liefde en genade bent U. Dat wordt in dit gedeelte zo afgeschilderd en komt zo dichtbij. Ik ben Petrus, ik verloochen U en doe alsof ik U niet ken. Voor mijn collega’s of familie, of anderen. Ik kom tot U, met berouw in mijn hart. Ontfermt U zich over mij Heere, ik kan het niet alleen. Kom mijn ongeloof te hulp. Vergeef mijn zonden. Amen.

Lied:  Erbarme dich, mein Gott (Mattheüs Passion)

Maandag 30 januari

Lezen: Mattheüs 27

In dit gedeelte zien we waar Jezus voor is gekomen. Om te sterven voor de zonde van de mensen en om het graf in te gaan om de prikkel uit de dood weg te halen.

Vraag: wat zijn de reacties van de mensen en hoe reageert Jezus? Het overgrote gedeelte zwijgt Jezus, Hij gaat niet in tegen de beschuldigingen van de mensen omdat Hij zich had overgegeven aan de wil van Zijn Vader. Zodat u, jij en ik eeuwig leven zouden ontvangen als we geloven in Zijn Naam. In al het werk wat Hij heeft gedaan en wat geschreven staat in Mattheüs 27. Lees dit hoofdstuk met deze vraag in gedachten: wat heeft Jezus doorstaan voor mijn zonde, om mij het eeuwige leven te kunnen geven?

Gebed; Heere Jezus, woorden schieten te kort als ik denk aan wat U heeft gedaan. De lijdensweg die U heeft gekozen om de wil van Uw Vader te doen. Geef dat ik het nooit gewoon zal gaan vinden, maar telkens weer stil zal worden. Help mij te zien wat U heeft gedaan aan het kruis. De diepte van mijn zonden en de grootsheid van Uw vergeving. In Jezus Naam. Amen.

Lied:  Op die heuvel daarginds

Dinsdag 31 januari

Lezen: Mattheüs 28

Dit hoofdstuk begint met een jubeltoon: ‘De Heere is waarlijk opgestaan!’, kinkt er in de hof waar eerst de dood het laatste woord leek te hebben. De vrouwen zijn verwonderd en snellen zich om dit goede nieuws aan de discipelen te vertellen. Het Sanhedrin krijgt ook lucht van deze geruchten en verspreidt leugens om te voorkomen dat de mensen werkelijk zullen gaan geloven dat deze Jezus is opgestaan. Maar, het evangelie gaat door. In vers 16-20 lezen we bekende woorden van Jezus. Hij geeft Zijn discipelen, en alle mensen die later nog in Hem gaan geloven, de opdracht om heen te gaan naar de volken. En Hij zendt ze uit met een krachtige belofte: ‘Ik ben met U al de dagen, tot de voleinding van de wereld.’

Vraag: wat zegt de opdracht van de Heere Jezus jou? Voel jij je hierdoor aangesproken, of ontwijk je Zijn opdracht liever?

Vraag: Als je de Heere Jezus nog niet kent en niet weet of je wel bij Hem mag horen, zijn ook deze verzen voor jou van betekenis. Jezus opdracht (en verlangen) is dat het Evangelie alle mensen bereikt over heel de wereld, dus ook jou. Hij laat hiermee zien dat Hij wil dat alles wat Hij gezegd heeft, jou tot een discipel van Hem maakt. Geloof je dat?

Gebed: Heere Jezus, door het hele evangelie van Mattheüs heb ik U gezien en gehoord. Geef dat al Uw woorden niet zullen vervliegen door de wind, of zullen vallen in de harde grond. Help mij om Uw opdracht te gehoorzamen, en te geloven dat Uw evangelie ook werkelijk een goede en blijde boodschap is voor mij. U bent het waard te ontvangen alle lof en eer. Omdat er onder de hemel geen andere Naam is gegeven waardoor ik zalig kan worden. Uw Naam, Heere Jezus. Amen.

Lied; Glorie aan God