• Gepubliceerd door
  • Vrouw tot Vrouw
  • Gepubliceerd op
  • 11 mei 2026

‘Ik dacht dat ik Gods nabijheid zou voelen … maar het bleef stil’

Tekst: Lineke Boot-Brussaard, redactielid online toerusting
Foto’s: Rachelle Steeds, Dare.Media 

Turkije: 88 miljoen inwoners, 100.000 christenen. De Amerikaanse Norine Brunson en haar man Andrew wonen en werken 23 jaar als zendelingen in een moslimcultuur. Ze geloven dat God iets groots zal gaan doen en verwachten een grote oogst. Tot een gewone dag aan het strand eindigt in een nachtmerrie: Andrew wordt gearresteerd en zal meer dan twee jaar vastzitten. Een verhaal over liefde, angst, twijfel en toch volhouden. 

‘Ja zeggen tegen Andrew was ja zeggen tegen zending’

Norine vertelt: ‘Mijn man voelde zich al op jonge leeftijd geroepen tot zendingswerk. Zijn moeder nam hem mee naar een zendeling en vroeg: ‘Wilt u bidden dat mijn kinderen het Evangelie zullen verkondigen?’ Dat gebed heeft zijn leven gevormd.

Toen wij elkaar ontmoetten, wist ik: ja zeggen tegen Andrew is ja zeggen tegen zending. We dachten naar Mexico te gaan. Na onze studie werkten we een jaar bij Operatie Mobilisatie en ontmoetten we mensen die werkten in de moslimwereld. Iets in ons hart begon te veranderen. We voelden ons steeds sterker getrokken om ook onder moslims te dienen. We maakten plannen voor Egypte. En toen … kwam Turkije. Alles in mij verzette zich. Ik wilde er niet heen en zat huilend in het vliegtuig. Het heeft vier jaar geduurd voordat ik kon zeggen: dit is onze plek.’

De arrestatie

‘Op een dag was ik de stad uit voor een gebedsretraite. Andrew kwam me ophalen en we zouden een paar dagen naar het strand gaan. Toen ontvingen we een telefoontje dat we ons moesten melden op het politiebureau. We dachten dat het ging over onze verblijfsvergunning, maar na uren wachten kregen we te horen dat er een bevel tot uitzetting lag. Dat was schokkend, maar we wisten dat zoiets kon gebeuren.

Ineens veranderde de beschuldiging: we zouden een gevaar vormen voor de nationale veiligheid. Even later werd het zelfs: terrorisme.

Toen begreep ik: er is iets ernstig mis, maar wat konden we doen? We werden overgebracht naar een detentiecentrum. We zaten tussen zware criminelen, zelfs IS-strijders. Ik was de enige vrouw. En toch waren we ook dankbaar, omdat we samen in één ruimte mochten blijven.’

'We zaten tussen zware criminelen, zelfs IS-strijders.'

De stilte

‘Wat het zwaarst was? De stilte. Geen contact met de buitenwereld. Geen advocaat. Geen idee wat er gebeurde. Onze telefoons waren afgepakt. Op de dag dat we werden opgepakt, werd onze oudste zoon 21. We hadden hem nog even gesproken … en daarna niets meer. Als moeder brak dat mijn hart.

Op een dag zagen we door het raam in de verte een blauw busje staan. Het leek op het busje van onze kerk. En ja, het waren mensen uit onze gemeente. Ze konden niet bij ons komen, maar wilden laten zien: we zijn jullie niet vergeten. Dat moment gaf me zoveel kracht.’

Vrij … maar niet samen

‘Na twee weken werd ik vrijgelaten. Tot op de dag van vandaag weet ik niet precies waarom, maar ik geloof dat God hiervoor zorgde. Andrew moest blijven. Dat was misschien nog wel moeilijker dan samen gevangenzitten. Ik stond buiten, hij zat binnen.

Het bracht ook onzekerheid met zich mee: zou ik nu alsnog het land worden uitgezet? Sommigen adviseerden mij om zo snel mogelijk terug naar Amerika te gaan, zodat ik veilig zou zijn. Ik verlangde daarnaar, vooral naar onze kinderen. Maar als ik ging, liet ik Andrew alleen achter en zouden we op verschillende continenten zijn. Hij had het zó ontzettend zwaar in de gevangenis. Hij voelde zich door God verlaten. Ik heb dat ook gevoeld, op mijn eigen manier. Ik had altijd gedacht dat ik in zo’n situatie Gods nabijheid heel sterk zou ervaren, maar dat was niet zo. Ik kon slapen, ja. Maar die diepe vrede waar ik op hoopte … die voelde ik niet altijd.

Ik ging zo vaak als ik kon op bezoek. Ik wilde hem hoop geven, maar geen valse hoop. Een tijdlang was ik bang dat ik hem bij een volgend bezoek niet meer levend zou aantreffen. En toch heb ik met vreugde voor hem gevochten. Ik hou van mijn man; natuurlijk vecht ik voor hem. En ook: God zet mensen in voor Zijn doel; het was een eer om voor Hem te werken. We hadden Gods stem gehoord: ‘Maak je klaar voor de oogst.’ Zijn plan is groter dan wij kunnen bedenken.’

whatsapp logo pngWhatsApp
Volg Vrouw tot Vrouw nu ook via WhatsApp! Klik daarvoor op deze link.

Twee jaar wachten

‘Die periode duurde meer dan twee jaar. Twee jaar van wachten, hopen en angst. Een paar keer was zijn vrijlating dichtbij, maar het gebeurde toch niet. Ik had altijd een vluchttas klaarstaan. Bij elk geluid op de trap dacht ik: komen ze mij nu ook halen?

En toch ging het leven door. Het werk in de kerk ging door. We bleven dienen, onder andere onder Syrische vluchtelingen. Juist in die gebrokenheid zagen we hoe belangrijk hoop is.’

De dag van vrijlating

‘De dag dat Andrew vrijkwam, was verwarrend en emotioneel. Wel vrij. Niet vrij. Wel. Niet. In een paar uur tijd veranderde alles meerdere keren. Tot ineens het besluit viel: hij mocht gaan, maar moest direct het land verlaten. 

We pakten haastig onze spullen, bang dat het besluit weer zou worden teruggedraaid. Pas toen het vliegtuig opsteeg en we het Turkse luchtruim verlieten, durfde ik te geloven: het is echt voorbij. 

Op het vliegveld in Washington stonden onze kinderen. Dat moment … daar zijn geen woorden voor. Het was alsof alles tegelijk kwam: opluchting, vreugde, ongeloof. 

Direct na onze aankomst werden we bij president Donald Trump in de Oval Office verwacht. Hij heeft zich persoonlijk voor onze zaak ingespannen; ik geloof echt dat God dit op zijn hart heeft gelegd. Toen we bij Trump waren, mocht zowel Andrew als ik voor hem bidden.’ 

Iets groters

‘Er is veel internationale aandacht geweest voor Andrews zaak. Dat was ontzettend bemoedigend. In het Westen denken we: vervolging is ver weg, in Noord-Korea, in China. We hebben geen idee dat het ook ons kan overkomen. Wij realiseerden ons dat God onze gevangenschap kon gebruiken, want er is veel gebeden. Niet alleen voor Andrew, maar ook voor Turkije. Er was iets groters gaande en dat was voor Turkije. De vele gebeden waren een zegen van God. Alles wat gebeurd is, was Gods plan en er zijn veel goede dingen uit voortgekomen, maar ik was ontzettend blij dat het voorbij was 

De eerste weken was er veel media-aandacht. Het liefst was ik zelf een maand ondergedoken geweest, om tijd door te brengen met mijn familie. Tegelijkertijd wisten we dat we deze aandacht moesten gebruiken om aandacht te vragen voor het Evangelie.’

'Alles wat gebeurd is, was Gods plan en er zijn veel goede dingen uit voortgekomen, maar ik was ontzettend blij dat het voorbij was.'

Waar is God?

‘Ik had gehoopt dat ik meer vrede en genade zou voelen in het detentiecentrum, maar ik vroeg me af: waar is God in dit alles? Ik denk vaak aan Jezus in Gethsémané. Hij bad en er kwam een engel. Maar daarna kwam nog steeds het lijden. Dat helpt mij om eerlijk te zijn. Geloof betekent niet dat alles licht voelt. Het betekent dat je blijft vertrouwen, zelfs in het donker.

Mijn gebed is eenvoudig geworden:

Heer, laat mij U zien.
Niet zoals ik U verwacht,
maar zoals U werkelijk bent.’

Norines man Andrew Brunson zat twee jaar in Turkije gevangen vanwege zijn geloof. Het was een zware tijd, waarin Andrew God niet ervaart. Hij voelt zich zwak en gebroken. Maar ondanks dat hij niets merkt van Gods aanwezigheid, neemt hij in de cel een besluit: ‘Als ik ooit de kans krijg, zal ik open en eerlijk vertellen over mijn innerlijke strijd. Zodat mijn getuigenis er één zal zijn van zwakheid: mijn zwakheid, maar Gods kracht.’
Andrew heeft zijn verhaal opgeschreven en SDOK heeft het in het Nederlands laten vertalen: ‘Gods gijzelaar, mijn zwakheid, Zijn kracht’. Het boek is te bestellen via www.sdok.nl/gijzelaar. Je betaalt alleen de verzendkosten.